De onafhankelijkheid van België werd uitgeroepen in 1830 maar de monarchie werd pas in 1831 gesticht. Leopold I, prins van Saksen-Coburg-Gotha, legt de eed af op 4 juni 1831 en wordt de eerste koning der Belgen.
België is een erfelijke constitutionele monarchie. De rol en de werking van de instellingen van het land, waaronder ook de monarchie, worden geregeld door de Grondwet. « Erfelijk » betekent dat de koninklijke functie, zoals zij in de Grondwet beschreven wordt, slechts kan worden uitgeoefend door een afstammeling van de eerste koning der Belgen, Leopold I.
De Koning, die door de Grondwet boven godsdiensten en ideologieën, boven politieke overtuigingen en debatten en boven economische belangen wordt geplaatst, is tegelijk de bewaker van de eenheid en de onafhankelijkheid van het land.
|
|
Leopold I Koning der Belgen van 21/07/1831 tot 10/12/1865 |
|
|
Leopold II Koning der Belgen van 17/12/1865 tot 17/12/1909 |
|
|
Albert I Koning der Belgen van 23/12/1909 tot 17/02/1934 |
|
|
Leopold III Koning der Belgen van 23/02/1934 tot 16/07/1951 |
|
|
Prins Regent Karel Regent van 20/09/1944 tot 20/07/1950 |
|
|
Boudewijn Koning der Belgen van 17/07/1951 tot 31/07/1993 |
|
|
Albert II Koning der Belgen van 09/08/1993 tot vandaag |